Ziektebeeld

MENINGEOOM

Een meningeoom  is een gezwel dat uitgaat van het hersenvlies. Dit betekent dat het overal kan voorkomen waar het hersenvlies zich bevindt, van frontaal in het hoofd tot in het wervelkanaal en tot diep aan de schedelbasis. Het hoort in de groep goedaardige tumoren, die slechts zelden kwaadaardig wordt. De tumor komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. 
Het is een langzaam groeiende tumor, waardoor ook de verschijnselen van uitval langzaam en sluipend ontstaan. Dit is de reden waarom deze tumoren bij ontdekking vaak al behoorlijk groot kunnen zijn.

Tumor betekent letterlijk “gezwel”.  Zo’n gezwel kan goedaardig (benigne) of kwaadaardig (maligne) zijn. In het handboek van verpleegkundigen door H.J. Gelmers staat:
Tot de primaire hersentumoren wordt ook het meningeoom gerekend dat van de hersenvliezen uitgaat en in wezen een goedaardige tumor is.

Soms echter is het gezwel niet of zeer moeilijk voor operatieve behandeling bereikbaar, waardoor slechts een deel ervan kan worden weggenomen.
Als dit het geval is gedraagt het meningeoom zich als kwaadaardig. Gelukkig is dit slechts bij een minderheid van de patienten het geval.

Bij een kwaadaardige tumor spreken we van kanker.

Het ruggenmerg en de hersenen zijn omgeven door een drietal vliezen.
 Van buiten naar binnen zijn dat de:

DURA MATER,
het harde glanzende hersenvlies. Deze vormt de buitenste begrenzing van het ruggenmerg. In de schedel is deze met het schedeldak vergroeid.

ARACHNOIDEA,
het zachte hersenvlies, of spinnenwebvlies. Dit vlies is zacht en hangt aan de Dura Mater.

PIA MATER,
een zacht vlies dat de plooien van het zenuwweefsel volgt. Tussen de Pia Mater en de Arachnoidea bevindt zich het hersenvocht oftewel het liquor Cerebrospinalis. Dit vocht zit zowel in het hoofd als in het ruggenmerg.
De bloedvaten in de Pia Mater, gelegen in de 3e en 4e ventrikel, produceren deze Liquor. De hoofdfunctie hiervan is schokdemping en bescherming van de hersenen en het ruggenmerg. De tweede functie is transport van voedingsstoffen en afvoer van afvalstoffen. (meer info)

Een meningeoom kan overal voorkomen waar zich hersenvlies bevindt.
Het meningeoom is meestal benigne (90%), en maar zelden maligne. Goedaardig wordt gebruikt voor een tumor die:
a. langzaam groeit
b. niet door omliggend weefsel woekert
c. zich niet verspreidt naar andere locaties in het lichaam.
Het meningeoom kan echter wel in het bot van de schedel ingroeien. Dit betekent niet dat de tumor daardoor kwaadaardig wordt.

Toch kan ook een goedaardig gezwel in de hersenen gevaarlijk zijn. De hersenen zitten immers opgesloten in de schedel. Dat betekent dat een groeiende tumor op het omliggende gezonde hersenweefsel zal gaan drukken, waardoor dit weefsel bekneld kan raken en niet goed meer kan functioneren.

 

VERSCHIJNSELEN

Meningeomen kunnen jarenlang aanwezig zijn zonder klachten te veroorzaken. Vaak worden het bij toeval ontdekt. In de meeste gevallen groeien meningeomen langzaam.
 Bij een meningeoom zijn de symptomen vaak het gevolg van druk op naburige structuren en dus afhankelijk van de plaats van de tumor. De verschijnselen kunnen zeer uiteenlopend zijn:

* Hoofdsymptomen:
o epilepsie;
o hoofdpijn achter de ogen, met een drukkend maar niet- kloppend karakter;
o misselijkheid;
o braken.
* Andere symptomen, afhankelijk van de plaats van de tumor:
o psychische stoornissen;
o spraakstoornissen;
o verlammingsverschijnselen;
o dubbel zien;
o epileptische aanvallen;
Wanneer een meningeoom in het wervelkanaal groeit, ontstaan verschijnselen van druk op het ruggenmerg: verlammingsverschijnselen en/of gevoelsstoornissen onder het niveau van de tumor. Ook stoornissen van de sluitspieren kunnen optreden.

ONDERZOEK EN BEHANDELING

Onderzoek is zeker op zijn plaats wanneer iemand over hoofdpijn klaagt die daar nooit last van had. Zeker als dit gepaard gaat met misselijkheid en braken of neurologische klachten. De diagnose meningeoom wordt vastgesteld op basis van de ziektegeschiedenis, lichamelijk onderzoek, neurologisch onderzoek en diagnostische onderzoeken zoals CT- en MRI-scan.
Een CT-scan, of MRI-scan, kan een vermoeden van een tumor bevestigen of ontkrachten.

De eerste keuze bij een meningeoom is altijd de operatieve verwijdering. Uiteraard bevestigen de uitzonderingen de regel. Bij een vroege ontdekking waarbij de tumor bijzonder klein is, kan het advies ‘wait and see’, of wat wij het ‘afwachten’ noemen, zijn. Maar ook een bestraling zou een optie kunnen zijn als de locatie dat rechtvaardigt, radiotherapie of radiochirurgie.

De plaats en de grootte van de tumor bepalen of de operatie een eenvoudige of een gecompliceerde ingreep is. De operatie wordt, in bijna alle gevallen, via een luikje in de schedel , een craniotomie, uitgevoerd. Over het algemeen is een meningeoom goed te onderscheiden van het omringende hersenweefsel. De chirurg probeert neurologisch belangrijke gebieden niet te beschadigen, en dit geeft meteen de grenzen van de mogelijkheden tijdens de operatie aan. Als besloten is tot een operatie, met of zonder neuronavigatie. Verder is een meningeoom zeer rijk aan bloedvaten, wat bij een operatie tot veel bloedverlies kan leiden. Daarom bestaat er de mogelijkheid voor de operatie een angiografie* uit te voeren. Door dit onderzoek kan de radioloog proberen de bloedtoevoer naar de tumor te verminderen.  
De plaats en grootte van de tumor zijn ook van invloed op het verloop en de gevolgen van de operatie. Meningeomen zijn over het algemeen grote tumoren en kunnen op moeilijk bereikbare plaatsen groeien. Deze factoren bepalen het risico op neurologische uitval. Soms kan een tumor niet helemaal verwijderd worden. Vaak kiest men na de operatie voor een afwachtend beleid. Als later blijkt dat de tumor opnieuw groeit, kan een nieuwe operatie of een bestraling volgen. Bestraling volgt ook als de tumor zich kwaadaardig ontwikkelt.

Gebleken is dat chemotherapie bij de behandeling van meningeomen niet effectief is.

 

Complicaties

Hoe de operatie verloopt en wat de eventuele gevolgen zijn, hangt af van plaats en grootte van de tumor. Zoals eerder gezegd kunnen meningeomen zeer traag groeien, dus ook zeer groot worden, voor ze opgemerkt worden. Verder kunnen ze ook op lastig bereikbare plaatsen groeien, zoals diep aan de schedelbasis. Al deze factoren bepalen het risico van neurologische uitval na de operatie.

De meest voorkomende complicatie na het verwijderen van het meningeoom is epilepsie. Epilepsie is een verzamelnaam van stoornissen in de hersenen die gepaard gaan met in aanvallen optredende verschijnselen. Epilepsie werd vroeger ook wel “vallende ziekte” genoemd.
Bij epilepsie is er sprake van een verstoring van de elektrische activiteit in de hersenen, waarbij een soort ‘kortsluiting’ met ongecontroleerde uitbreiding van elektrische activiteit op kan treden. De storing kan beperkt blijven tot een bepaald gebied of zich door de gehele hersenen uitbreiden. In het eerste geval ontstaan verschijnselen die horen bij het gebied waar de abnormale activiteit optreedt, bijvoorbeeld trekkingen van een arm of been (focale epilepsie). In het laatste geval zal de aanval zich uitbreiden tot een gegeneraliseerde aanval.

link naar you tube, engels uitleg over complicaties bij ‘braintumors’
Op de site van de Nederlandse Vereniging van Neurochirurgen, de NVVN, vindt u een voorlichtingspagina over het meningeoom, onder patiëntinformatie/hersentumoren.